De handelingen van Hadj at-Tamattuʿ bestaan uit twee groepen van rituelen die de pelgrim (de religieus verantwoordelijke persoon) moet verrichten. Deze zijn als volgt:
Eerste groep: de rituelen van ʿUmrah at-Tamattuʿ
De ʿUmrah at-Tamattuʿ moet plaatsvinden in de maanden van de hadj. De rituelen ervan zijn:
Het aannemen van de ihram vanaf de miqat.
De intentie (niyya): “Ik ga in ihram voor ʿUmrah at-Tamattuʿ voor Hadj at-Tamattuʿ, omwille van Allah, de Verhevene.”
De talbiya: “Labbayka Allahumma labbayk, labbayka la sharika laka labbayk, innal-hamda wan-niʿmata laka wal-mulk, la sharika lak.”
Met het aannemen van de ihram moet de muhrim alle verboden van de ihram vermijden.
Tawaf: zeven rondgangen rondom de Heilige Kaʿba.
Twee rakaʿat van het tawaf-gebed bij Maqam Ibrahim (vrede zij met hem).
Saʿy tussen Safa en Marwa.
Saʿy bestaat uit zeven rondgangen.
De intentie:
“Ik verricht de saʿy tussen Safa en Marwa, zeven rondgangen, voor ʿUmrah at-Tamattuʿ van Hadj at-Tamattuʿ, omwille van Allah, de Verhevene.”
Taqsir: het knippen van een klein deel van het haar of de nagels.
Met het verrichten van de taqsir verlaat de pelgrim de staat van ihram en worden alle zaken die door de ihram verboden waren weer toegestaan.
Tweede groep: de rituelen van Hadj at-Tamattuʿ
Het aannemen van de ihram vanuit Mekka.
Het verblijf (wuquf) in ʿArafat van de middag tot zonsondergang op de negende dag van Dhu al-Hidja.
Het verblijf in al-Mashʿar al-Haram (Muzdalifa) van de dageraad tot zonsopgang op de dag van ʿId al-Adha.
Vertrek naar Mina en het werpen van zeven kleine steentjes naar Jamrat al-ʿAqaba.
Het offeren van het offerdier in Mina op de dag van ʿId al-Adha, de tiende van Dhu al-Hidja.
Het scheren (halq) of taqsir: het volledig scheren van het hoofd of het knippen van een deel van het haar of de nagels.
Na het voltooien van deze zes handelingen wordt alles wat door de ihram verboden was toegestaan, behalve vrouwen en parfum.
Tawaf van de Kaʿba (dit tawaf wordt Tawaf az-Ziyara genoemd).
Twee rakaʿat van het tawaf-gebed.
Saʿy tussen Safa en Marwa, waarbij men begint bij Safa en eindigt bij Marwa. Na deze handelingen wordt het gebruik van parfum toegestaan.
Tawaf an-Nisaʾ: een extra tawaf rondom de Kaʿba, vergelijkbaar met de vorige.
Twee rakaʿat van het gebed van Tawaf an-Nisaʾ, waarna ook omgang met vrouwen toegestaan wordt.
Terugkeer naar Mina en daar overnachten in de nacht van de elfde en de twaalfde, en in sommige gevallen ook de nacht van de dertiende.
Het werpen van de drie jamarat: het gooien van zeven steentjes naar elk van de drie zuilen in Mina op de elfde en twaalfde dag.
Na de middag (na het adhan van dhuhr) van de twaalfde dag, na het werpen van de drie jamarat, mag men Mina verlaten. Na het voltooien van al deze handelingen mag de pelgrim terugkeren naar Mekka en heeft hij zijn hadj voltooid.
Vóór de terugreis naar zijn land moet hij de afscheids-tawaf (Tawaf al-Wadaʿ) rond de Heilige Kaʿba verrichten, daarbij smeekbeden (duʿaʾ) verrichten en Allah vragen om terugkeer, en de tawaf rondom de Kaʿba volbrengen